Ingrediënten:
800 g mager vlees van wild zwijn
200 ml droge rode wijn
1 kleine wortel, in stukjes
1 stengel bleekselderij, in stukjes
1 kleine ui, gesnipperd
takje rozemarijn
takje salie
een paar jeneverbessen
10 tenen knoflook, gekneusd
1 borrelglas brandy
olijfolie
1 spaanse peper, in ringetjes
100 g gepelde tomaten uit blik
1 dl slagroom
een handje peterselie, fijngehakt

Pasta:
300 g bloem van harde tarwe
3 eieren
2 eetlepels olijfolie

Bereiding:
Laat het vlees 24 uur marineren in de wijn met de wortel, bleekselderij, ui, kruiden, knoflook en een scheut olijfolie. Leg de volgende dag de bloem in een bergje op het werkblad, maak een kuiltje in het midden, breek hier de eieren in, voeg een snufje zout toe en kneed tot een stevig, maar soepel deeg. Wikkel de deegbal in huishoudfolie en laat hem een halfuur rusten in de koelkast. Zeef de marinade en maal het vlees en de kruiderij fijn in een keukenmachine.
Verhit een scheutje olie in een stoofpan en fruit hierin de peper. Voeg het gemalen vlees toe en bak mee tot het bruin kleurt. Schenk er de helft van de gezeefde marinade bij, breng aan de kook, draai het vuur laag en laat drie kwartier zachtjes pruttelen. Voeg de tomaten toe, maak op smaak met zout, laat nog even stoven en maak de saus af met room.
Rol intussen het pastadeeg uit tot een paar dunne lappen en snijd die met een mes in brede repen van 10-15 cm lang. Kook ze gaar in een pan ruim kokend water met zout. Laat de papardelle even uitlekken en warm ze nog een halve minuut door in de saus. Bestrooi voor het serveren met peterselie.